Douwe Ybema  1899 -

 

 

 

 

terug naar startpagina

                     

AANTEKENINGEN UIT HET VERLEDEN,

Genoteerd door Douwe Ybema, geboren 4 April 1899

te Schettens en wonende te Enkhuizen,  Venedie 24.

Transscriptie maart 2008

 

1.

Allereerst noteer ik, dat ik geboren ben en opgroeide in een groot gezin, prettig en gezellig, in het dorpje Schettens, gemeente Wonseradeel. Het trouwboekje van mijn ouders is in mijn bezit en als ik het niet zou weten, dan blijkt daaruit, dat er naast mijn vader en moeder in ons gezin 13 kinderen waren,  zes jongens en zeven meisjes. Verder was er jaren lang, van 1899 tot haar huwelijk in 1914, onze tante Sjoukje, zuster van mijn moeder, die in al die jaren “overal” voor zorgde. Een gezin met 13 kinderen komt in deze tijd eigenlijk niet meer voor, maar het was in die jaren toch niet zo bijzonder. Soms haalden mijn ouders dan ook nog wel eens een nichtje in huis, of voor lange perioden een kind van ‘vakantie buiten’ uit Amsterdam of Rotterdam.

Mijn vader had een veehoudersbedrijf en was tevens veehandelaar. In de eerste helft van deze eeuw was er in het boerenbedrijf nogal eens een crisis en ook wij ontkwamen daar niet aan, maar gelukkig kwam er dan later ook weer een opleving. In het geheel genomen heeft het ons, door het werken van mijn vader en de goede zorgen van mijn lieve moeder, maar bovenal door Gods zegen, nooit aan iets ontbroken.

 

2.

Op de lagere school leerde ik weinig, te weinig moet ik zeggen. De meester moest meestal 6 klassen tegelijk verzorgen en het gelukte hem niet, daarbij mijn belangstelling te wekken. Toen ik op een goede dag vanuit mijn schoolbank zag, dat de mensen die tegenover onze school een kerkje bouwden, met een hijschinstallatie de gehele top van de toren in één keer omhoog haalden, was ik één en al aandacht. Ook het knutselen thuis aan hokken voor allerlei dieren had mijn belangstelling. Maar mijn kans bij onze oude meester Kurpershoek heb ik echt gemist.

Na de lagere school mocht ik zelf kiezen wat ik wilde worden. Dat was moeilijk, want wat wist in die tijd een jongen van 12 jaar op een plattelandsdorpje, van de vakken die er zoal in de wereld te beoefenen zijn. Schoolmeester lag het meest voor de hand, maar daar voelde ik niets, maar dan ook niets voor. Ik dacht ik kan slager worden, maar toen ik als eerste taak kreeg, het verlenen van bijstand bij het slachten van mijn eigen geitje, was het resultaat nogal bloedig. Dus wijzigde ik mijn keus en wilde maar liever timmerman worden.

 

3.

In Mei 1912 ging ik naar de ambachtsschool in Sneek. Daar kwamen uiteraard jongens van allerlei lagere scholen uit de omgeving van Sneek en merkte ik al spoedig, dat mijn kennis van taal en rekenen niet groot was en bovendien, dat mijn handschrift bijna onleesbaar was.

Vooral de eerste tijd moest ik met steun van mijn leraar, flink mijn best doen om het tempo in de klas te kunnen volgen. Naderhand ging het goed tot zeer goed en kwam ik tot de ontdekking, dat het resultaat van flink werken bijzonder prettig is en dat er daardoor in de wereld ook nog een redelijke positie te verwerven is.

 

4.

Ik volgde de ambachtsschool van Mei 1912 tot Mei 1915 en vervolgens met succes de Middelbare Technische School tot Maart 1920. In enige zomermaanden werkte ik als timmerman op allerlei bouwwerken, om de praktijk van het bouwen te leren kennen. Verder was ik:

tot October 1920, opzichter bij de gemeente te Koudum,

tot April 1921 in militaire dienst,

van April 1921 – 1 Jan. 1925 opzichter-tekenaar in Barradeel,

van 1 Jan. 1925 –1 Dec. 1929 gemeentearchitect in Zevenaar,

van 1 Dec. 1929 – 1 Nov. 1936 directeur van gemeentewerken te Dokkum en

van 1 Nov. 1936 – 1 Juni 1964 directeur van gemeentewerken te Enkhuizen.

Voordat ik uit Barradeel naar Zevenaar vertrok, ging ik mij op 31 Dec. 1924 verloven met Lutgertje Pieters Leyen geboren op 20 maart 1905 te Sexbierum en nadat ik mij in Zevenaar had ingewerkt en een woning had gevonden, trouwden wij op 1 October 1925. Wij kregen vier kinderen, n.l.:

Reintje Anna, geboren 17 Juli 1927 te Zevenaar,

Anna Hendrika, geboren 23 October 1932 te Dokkum,

Tine Lucie, geboren 24 Mei 1938 te Enkhuizen,

Jan Pieter, geboren 28 April 1943 te Enkhuizen.

 

5.

Toen ik in 1921 vanuit de militaire dienst naar huis terugkwam, was de tijd niet zo best. Ik was dan ook blij, dat ik door de medewerking van mijn vorige chef, de heer U. Visser te Koudum, bij de gemeente Barradeel kon gaan werken als opzichter-tekenaar. Voor onderwijzers was de tijd nog moeilijker, want z.g. kwekelingen met akte, doch bijna zonder salaris, kwam men overal tegen.

Tijdens mijn jaren in Barradeel studeerde ik middels schriftelijke lessen bij het P.B.N.A. te Arnhem en behaalde ik, eerst het diploma gewapend betontechnicus, daarna het diploma bouwkundig opzichter van de bond van Ned. Architecten en vervolgens het diploma waterbouwkundige PBNA.

Met deze stukken in mijn bezit, solliciteerde ik in 1924 met succes naar de betrekking van gemeente-architect te Zevenaar. Ik ging daar op 1 Januari 1925 vol moed aan het werk en het geluk volgde mij schijnbaar, want per 1 April 1925 werd ik tevens ambtenaar van het bouw-en woning toezicht in de omliggende gemeenten Duiven, Westervoort, Pannerden en Angerlo. Een zodanig man kende men in deze gemeenten nog niet en dus werd het de eerste tijd echt pionieren. Men was zo vriendelijk mijn salaris uit te betalen met terugwerkende kracht tot 1 Januari en volgens mijn inzicht kon ik  toen zonder geldzorgen leven en met recht aan een huwelijk gaan denken.

 

6.

In mijn jongensjaren dacht ik dat er maar heel weinig Ybema’s in de wereld waren. Mijn vader kwam uit een gezin met drie kinderen, twee meisjes en een jongen en van neven uit zijn familie merkte ik niets.

Toen ik tussen 1915 en 1920 de Middelbare Technische School te Sneek bezocht, zei ineens een leraar in de klas, hč Ybema, ben jij familie van de vroegere burgemeester van Workum, die met twee witte paarden voor de wagen door Workum reed? Het leek mij wel leuk en dus zei ik maar Ja. Het prikkelde wel mijn belangstelling en toen ik in 1920 een maand of zeven in Koudum werkte, als opzichter bij de gemeente H.O.&N., merkte ik dat er zowel in Warns als in Workum verschillende Ybema’s woonden.

Mijn vader had hiervoor niet veel belangstelling maar vertelde wel, dat hij soms een neef in Kimswerd bezocht nl. Jacob Ybema, timmerman, geboren 27 September 1868 en overleden 27 September 1949. Later zag ik zijn graf op het kerkhof in Kimswerd. Ook woonde er in Wons een Ybema, maar de familierelatie met deze Ybema is mij niet duidelijk.

 

7.

Jaren lang dacht ik niet meer aan mijn voorouders, tot ik zeer toevallig in 1958 op een congres van directeuren van gemeentewerken te Emmen, kwam te zitten naast een collega die zich voorstelde als Ybema. Het was de heer R. Ybema, directeur van gemeentewerken te Westdongeradeel, later Kollumerland. Natuurlijk spraken wij over onze verwantschap en van hem ontving ik naderhand een soort stamregister, dat bij deze aantekeningen is gevoegd. Dit register begint bij Sjoert Ybema geboren omstreeks 1700, wonende bij Ferwoude en boer op een middelgrote boerderij. Ook komt in dit register voor Tjeerd Sjoerds Ybema, van 1874-1881 burgemeester van Workum, geboren te Ferwoude 10 November 1822 en overleden te Workum op 7 Januari 1888. Verder is het register onvolledig want de latere Ybema’s van deze stam ontbreken.

 

8.

Het leek mij interessant eens te onderzoeken of het mogelijk was, ook van mijn voorgeslacht een stamregister samen te stellen. Misschien kan daaruit blijken dat wij ergens in de oudheid bij elkaar komen en dus van één en dezelfde familie zijn. Ik heb bij mijn onderzoek hulp ontvangen van de ambtenaar van de burgerlijke stand in de gemeente Wonseradeel, de heer Bijlsma. Uit zijn brieven d.d. 15 en 31 december 1958, die in mijn bezit zijn, blijkt dat Willem Hendriks Ybema geboren te Gaast op 31 October 1759 en overleden te Piaam op 14 Juni 1847, een zoon was van Hendrik Willems Ybema.

Omtrent deze Hendrik Willems Ybema, die geboren moet zijn omstreeks 1730 en die voorlopig de oudste uit mijn register is, kon hij geen gegevens verstrekken dan alleen, dat hij gehuwd was met Jeltje Bernardus van Gelder. Voor het overige moet het rijksarchief te Leeuwarden, via de doopboeken van Gaast enz. hierover gegevens kunnen verstrekken.

 

9.

In de maand Juli 1966 hebben mijn vrouw en ik onze vakantie doorgebracht in Friesland, Groningen en Drente. Wij hebben toen gezocht naar gegevens omtrent mijn voorouders, maar ook naar eventuele andere Ybema’s.

In het Rijksarchief te Leeuwarden lazen wij in het doopboek van Gaast en Ferwoude: 1959. Den 11 November is gedoopt een zoon van Hendrik Willems Ybema en Jeltje van Gelder en is genoemd, Willem, geboren 30 October te Gaast.

Omtrent de vader, Hendrik Willems Ybema, vonden wij zeer tot onze spijt geen nadere gegevens. Hij blijft dus (voorlopig) de oudste van ons stamregister, maar m.i. moet het onderzoek worden voorgezet.

Verder vonden wij in dit doopboek de volgende aantekening:

“1736. Gaast. Den 29 Juli heeft de strantmeester Douwe Ybema een soontje laten doopen van zijn soon Yb Douwes alsoo hij uitlandig was en is genaamd Jacobus, waarvan moeder is Maria Fekkes”

Uit deze aantekeningen mag worden afgeleid, dat de naam Ybema, niet zoals vele andere namen in de tijd van Napoleon is aangenomen, maar al veel vroeger bestond.

 

10.

Wij hebben verder in onze vakantie, in Nieuw Schoonebeek de arts S.R. Ybema ontmoet. Deze Ybema bezit een familiewapen waarin links een staande friese adelaar en rechts een schuine balk voorkomt. Over de herkomst hiervan heb ik geen gegevens ontvangen. De vader van S.R. Ybema was vroeger predikant o.a. te Ferwerd. Zijn zoon Mr. Tjeerd Bernhard Ybema woont te Leiden. Deze Ybema’s behoren tot de groep die ik in stamregister B. heb opgenomen.

 

11.

Indertijd vernam ik dat er nog andere Ybema’s zijn. Deze komen uit Groningen, uit het dorpje Niebert. Door een gelukkige omstandigheid heb ik indertijd kennis genomen van de Leekster Courant van 18 dec. 1964 en later van de Leeuwarder Courant van 16 sept. 1967. De heer Vleer te Hardegarijp schreef in deze bladen over, het Nieberter Steenhuis, het kerkje van Niebert, de kerkvoogdenbank met het Ybema-wapen en de grafzerken van de Ybema’s in deze kerk.

Volgens deze schrijver is het Nieberter Steenhuis één der oudste huizen van Noord-Nederland en was het vroeger eigendom van de Ybema’s.

 

12.

Wij zagen het Nieberter Steenhuis in onze vakantie. Het is zeer oud en vervallen en ongetwijfeld vaak gewijzigd. Een zoon van de bewoner, W.H. de Boer, wist ons over dit steenhuis veel te vertellen en zegt dat sommige Ybema’s later zijn vertrokken naar de Wilp.

Het kerkje in Niebert is een monumentaal gebouw en is aardig gerestaureerd. In de kerk staan eiken banken en een kansel die blijkbaar zijn gemaakt in de tijd dat Tjeerd Jans Ybema kerkvoogd was, dus omstreeks 1750. Boven de kerkvoogdenbank is het Ybema-wapen aangebracht, dat ook voorkomt op de grafzerken van Ybema’s in de vloer van de kerk.

Het wapen heeft een horizontale middenlijn, daarboven bevinden zich 2 eikels en 2 klaverbladen en onder de lijn een franse lelie.

Ik vroeg over dit wapen het advies van de heraldicus W.J.D. Postumus te Amsterdam. Hij schreef mij,  “ik neem aan dat de eikels en de klaverbladen groen zijn geweest. De lelie zal wel rood op goud zijn geweest. Het schild heeft een beetje een onheraldische versiering er omheen, die vroeger waarschijnlijk wat anders was.”

Hij is bereid een wapen te schilderen dat geheel heraldisch juist is en met verantwoorde kleuren en gaf daarbij een kleine schets die ik heb overgenomen en bij deze aantekeningen voeg.

Op één der grafzerken staat: Anno 1773 den 20 Augustus is in den heere gerust de E. Hindrik Ybema oud rekenmeester gecommiteerde Raad kerkvoogd in de tijt in het 73 jaar en leit alhier begraven en verwagt een zalige opstanding door Jesum Christum Onsen Heere.

In bovengenoemde krant is het stamregister van de Nieberter Ybema’s opgenomen. Ik heb dit als stamregister C. bij deze aantekeningen gevoegd. Tevens wordt opgemerkt dat de eerste Ybema in de historie genoemd is op 18 October van het jaar 1523.

Dit laatste is niet helemaal juist. Immers in het kerkje te Janum, dat een onderdeel is van het Fries museum te Leeuwarden, ligt een grafsteen van een Ybema die nog eerder leefde. Bij ons bezoek aan dit kerkje op 15 Sept. 1966 zagen wij dat dit een trapezium-vormige grafsteen is van rode zandsteen, versierd met een miskelk en voorzien van een Latijns randschrift. Volgens de catalogus staat op deze rand: In het jaar des heren 1508 op de dag van Policarpus (waarschijnlijk 23 Januari) is overleden de eerwaarde Heer Poptatus Ybema pastoor van de St.Geertruidskerk te Beets, commisaris en deken van de Seendstoel Borndegoe (dekenaat Oldeborn). Hij rust in vrede. In de hoeken van de steen staan de tekens der evangelisten. Dit is waarschijnlijk een sarcophaag deksel uit de 12e eeuw die in 1508 is overkapt. Is afkomstig uit de kerk van Beets. H.220 cm, br.83 en 73 cm. De kerkhervorming was naar ik meen 31 October 1517.

 

13.

Toen mijn zoon Jan Pieter in 1968 met Dorothea Knippenberg wilde gaan trouwen, deden zij daarvan aangifte op het stadhuis te Enkhuizen. Daarbij rees een verschil van mening tussen de bruidegom en de ambtenaar van de burgerlijke stand. Jan Pieter beweerde dat de naam Ybema met een Ypsilon moet worden geschreven, terwijl de ambtenaar de heer A.J. Horsting aantoonde dat in zijn stukken de naam met een lange ij was geschreven. Na een grondig onderzoek en na overleg met zijn collega in de gemeente Wonseradeel, was hij bereid deze schrijffout in zijn stukken te herstellen, voor mij en voor mijn kinderen, Tine Lucie en Jan Pieter die in Enkhuizen zijn geboren. Ook in Zevenaar was men daartoe bereid voor onze oudste Reintje Anna. In Dokkum was men evenwel minder soepel en men wilde daar voor Anna Hendrika geen wijziging in de o.i. verkeerde schrijfwijze aanbrengen.

Wij lieten het er niet bij, en de heer Horsting was graag bereid de nodige hulp te verlenen en hij vroeg de beslissing van de Officier van Justitie te Leeuwarden.

Door het overleggen van authentieke afschriften en fotokopieën van oude akten van de burgerlijke stand, van alle personen van wie ik afstam heeft de heer Horsting aannemelijk gemaakt, dat de naam van mijn geslacht Ybema is, geschreven met een Ypsilon. Het resultaat was, dat de Officier van Justitie d.d. 7 November 1968, de ambtenaar van de burgerlijke stand te Dokkum heeft gelast, de spelfout van onze naam te verbeteren en de geslachtsnaam Ybema, te schrijven evenals dat in de oudheid het geval was met ypsilon.

Vervolgens heeft de Officier van Justitie te Breda een gelijksoortige beslissing genomen ten aanzien van de kinderen van onze Anna Hendrika, die in Bergen op Zoom zijn geboren en nu in Woensdrecht wonen.

Voortaan is dus niet alleen de naam van ons voorgeslacht, maar ook die van ons en ons nageslacht Ybema.

 

14.

Bij deze aantekeningen voeg ik 3 stamregisters:

A.   het stamregister van mijn familie, dat begint bij Hendrik Willems Ybema (geboren omstreeks 1730) en verder noemt zijn zoon Willem Hendriks Ybema, geboren te Gaast op 30 October 1759.

B.   het stamregister van Sjoert Ybema, geboren plm.1700 wonende op een middelgrote boerderij bij Ferwoude.

C.   het stamregister van Tyaart Ybema, die in 1523 trouwde met Martien en in Niebert woonde.

Deze stamregisters zijn niet geheel volledig en ik wil daarom de juistheid nader onderzoeken. Het is mij niet gelukt vast te stellen, dat de drie soorten Ybema’s tot één en dezelfde stam behoren, al lijkt het niet onwaarschijnlijk. Het ligt in mijn voornemen dit nader te onderzoeken en uiteraard roep ik daarvoor gaarne de medewerking in van allen die de naam Ybema dragen. Opmerkelijk is:

1.      dat de Ybema’s van stam A en B aanvankelijk zo dicht bij elkaar woonden n.l. in Gaast en Ferwoude, twee dorpen die aan elkaar grenzen en tot één kerkelijke en tot één burgerlijke gemeente behoren.

2.      dat in stam A voorkomt Willem Hendriks Ybema en in stam B  Willem Tjeerds Ybema geboren respectievelijk in 1759 en in 1771. Zijn het misschien neven?

3.      dat in stam C  de naam Tyaert voorkomt (in 1523) die later, in 1703, wordt geschreven als Tjeert en dus overeenkomt met de Tjeert van stam B uit 1720. Misschien was er een verhuizing van Niebert in Groningen naar Gaast-Ferwoude in Friesland.

 

Enkhuizen, Juli 1971

       w.g.

     D.Ybema

 

S T A M R E G I S T ER    A

I.       Hendrik Willems Ybema, geh. met Jeltje Bernardus van Gelder.

 

II.      Willem Hendriks Ybema, geb. te Gaast 30-10-1759, overl. te Piaam  14-6-1847,

geh. met  Sjoukjen Jacobs Haarsma. Er waren 6 kinderen t.w.

Hendrik 1791, Trijntje 1793, Jeltje 1797, Jacob 1800, Bernardus 1803, Douwe 1810.

 

III.     Jacob Willems Ybema, geb te Piaam 6-1-1800, van beroep timmerman, overl. te Piaam 22-11-1881.

geh. met Pietertje Fekkes Bielsma, geb. te Gaast 21-10-1806, overl. te Piaam 24-11-1890.

Er waren 3 kinderen t.w. Fekke 3-12-1827, Willem 28-8-1830, Sjoukje 12-1-1839.

 

IV.     Fekke Jacobs Ybema, geb. te Gaast 3-12-1827 in het huis Gaast no. 46, overl. te Piaam 10-12-1892.

                   geh. met Limkje Bosma geb. te Tijnje 1-6-1834, overl. te Schettens 21-4-1895.

                   Er waren 3 kinderen t.w. Jan 1864, Froukje en Pietje.

 

V.      Jan Fekkes Ybema, geb. te Piaam 10-12-1864, overl. te Drogeham 26-3-1949.

                   beroep: veehouder en veehandelaar te Schettens.

                   geh. met Anna Sierks Wouters geb. te Bolsward 21-1-1865, overl. te Hoptille 7-9-1951.

Er waren 13 kinderen t.w.

                   Limkje 1891, Hendrina 1893, Froukje 1894, Sierk 1896, Fekke 1897, Douwe 1899, Trijntje 1900,

Jetze 1901, IJme 1903, Sjoukje 1905, Hinke 1907, Anna 1908, Jan Fekke 1913.

 

VI.     Douwe Jans Ybema, geb. te Schettens 4-4-1899, beroep: directeur van gemeentewerken resp. te Zevenaar,

Dokkum en Enkhuizen. Geh. met Lutgertje P. Leyen, geb. te Sexbierum 20-3-1905.

                   Er zijn 4 kinderen t.w. Reintje Anna 1927, Anna Hendrika 1932, Tine Lucie 1938 en Jan Pieter 1943.

 

VII.    Jan Pieter Ybema, geb te Enkhuizen 28-4-1943, geh. met Dorothea Knippenberg geb. te Franeker 20-5-1946.

Er zijn 2 kinderen t.w. Hélčna Ariene Ingeborg 1969, Bastiaan Douwe 1972.

 

S T A M R E G I S T ER    B

I.       Sjoert Ybema geb. plm. 1700, wonende op een middelgrote boerderij bij Ferwoude, geh.

 

II.      Tjeerd Sjoerds Ybema geb. 1720, geh. met Grietje Hoites

 

III.     Sjoerd Tjeerds Ybema geb 1742, geh. met Grietje Willems.

Er waren 6 kinderen, t.w. Tjeerd 1770-1812, Willem 1771, Willem 1773, Hoite 1774, Grietje 1776, Yeb 1779.

 

IV.     Tjeerd Sjoerds Ybema geb. 1770, overl 1812, geh. met Jeltje Oukes, overl. 1800.

         Er waren 3 kinderen t.w. Wimkje, Auke1792, Sjoerd 1798-1863.

 

V.      Sjoerd Tjeerds Ybema geb. 1798, overl. 1863, boer te Ferwoude, geh. met Grietje Kamstra geb. 1800.

         Er waren 3 kinderen t.w. Tjeerd 1820, Tjeerd 1822-1888 en Jan 1825-1887.

 

VIa.   Tjeerd Sjoerds Ybema, geb 10-11-1822, overl. 7-1-1888, geh. met .. Hiemstra . 

         Was eerst boer te Ferwoude en van 1874-1881 burgemeester van Workum.

Er waren 6 kinderen t.w. Sjoerd, Jan, Auke, Sjerp, Jeltje, Riemer.

 

VIb.   Jan Sjoerds Ybema, geb. 2-3-1825, overl. 18-10-1887, geh. met Aafke Sietses van der Meer. 

Was eerst boer te Ferwoude en later koopman te Sneek.

Er waren 6 kinderen t.w.Grietje 1848, Sietske 1850, Sietze 1852, Sjoerd 1855, Sjoerd 1859, Woltje 1861.

 

Deze gegevens zijn mij indertijd verstrekt door R.Ybema, directeur van gemeentewerken te Kollum.

Voor gemotiveerde wijzigingen en ook aanvullingen houd ik mij aanbevolen.

 

S T A M R E G I S T ER    C

overgenomen uit de Leekster Courant van 18-12-1964

 

I.       Tijaert Ybema trouwde Marthien  1523

 

II.      Ment Ybema trouwde Houcke  1553

 

III.     Tijaert Ybema, koper ln 1578,  landdagcomparant 1606-1610, trouwde Geertuyt.

 

IV.     Mijnt Ybema, † voor 1649, landdagcomparant 1608-1638, trouwde Luckien Iwema.

 

V.      Tiaerd Ybema, voor het eerst genoemd in 1645, trouwde Grietje Cnotte.

 

VI.     Jan Tieerds Ybema, geb 1649, †1775, landdagcomparant 1693-1729.

                   Trouwde:  I  Focke Iwema † 1683,    II Ancke Hilles.

 

VIIa.  Hendrik Jans Ybema geb. 1703,  †1773, rekenmeester, landdagcomparant 1736-1773.

VIIb.  Tjeert Jans Ybema geb 1703,  †1780, landdagcomparant 1775-1780, trouwde Martien Alberts †1774.

 

VIIIa. Albert Tjeerds Ybema, trouwde Hiltje Idzes.

VIIIb. Meint Tjeerds Ybema, trouwde Aaltje Jans.

 

IXa.   Tjeerd Alberts Ybema, geb 1772, †1832,   trouwde Antje Bakes.

IXb.   Tjeerd Meints Ybema, geb 1796, trouwde 1820  Geertje Wybrands.

 

X.      Meint Ybema, trouwde 1849 Jantje Heuker

 

XI.     Tjeert Ybema, trouwde 15-5-1880 Jantje van der Linde.

 

De volgende aanvullingen ontving ik 17.9.1966 van Joh. Ybema te Zuidhorn.

        

Albert Ytse Ybema, geb. te Niebert 1808, geh. met Sjoukje Andries Poelstra geb. 1810.

 

         Andries Ybema, geb. te Nuis 10-5-1834, overl. 25-8-1882.

         Er waren 2 kinderen, Johannes 6-12-1863, Albert 9-11-1872.

 

         Johannes Ybema, geb. te De Wilp 6-12-1863.

         Er waren 3 kinderen, Andries 30-4-1892, Berend 10-4-1896 en Albert 18-1-1899.